Edwin Booth, geboren in 1833 in de buurt van Belair, Maryland, stapte niet alleen in de schijnwerpers. Hij is erin geboren. Zijn familie was al een theatrale krachtpatser in de Verenigde Staten. Maar terwijl de naam Booth uiteindelijk synoniem werd met een van de meest beruchte misdaden in de Amerikaanse geschiedenis, werd Edwins leven bepaald door artistieke genialiteit. En tragedie.
Hij begon al vroeg hoofdrollen te spelen. In 1857 voerde hij het bevel over podia in Boston en New York City. Het publiek keek niet alleen naar een acteur. Ze waren getuige van een fenomeen.
Het gehucht dat een generatie definieerde
Edwin Booth speelde niet alleen Shakespeare. Hij werd het. Zijn vertolking van Prins Hamlet is nog steeds legendarisch. Hij speelde de rol 100 opeenvolgende nachten tussen 1864 en 1865. Dat was geen tournee. Dat was een residentie. Het bevestigde zijn status als de grootste tragedieschrijver van zijn tijd.
Maar de schaduw van zijn broer, John Wilkes Booth, zou alles spoedig verduisteren.
Een toneelballingschap
Juni 1865 veranderde alles. John Wilkes Booth vermoordde president Abraham Lincoln. Het publiek maakte geen onderscheid tussen de twee mannen. Ze zagen alleen de achternaam. De verbinding was te vers. Te bloedig.
Edwin Booth kon niet optreden. Het stigma was verstikkend. Hij stapte volledig van het podium af. Het was geen pauze. Het was een toevluchtsoord. Pas in 1866 zou hij weer acteren. Toen hij dat deed, was het applaus anders. Zwaarder. Hij moest bewijzen dat hij niet het monster was dat zijn broer was geworden.
Succes, mislukking en wereldwijde bekendheid
Hij rustte niet op zijn lauweren. In 1869 opende Booth zijn eigen theater. Hij wilde zijn eigen lot in eigen hand nemen. De onderneming mislukte. Wanbeheer dwong hem het in 1873 te verkopen. Een financiële ramp.
Toch reikte zijn kunstenaarschap tot ver buiten de Amerikaanse grenzen. Critici in Engeland en Duitsland gaven niets om de misdaden van zijn broer. Ze gaven om zijn vak. Zijn interpretaties van Iago en King Lear leverden hem aan de overkant van de Atlantische Oceaan enorme bijval op. Hij bewees dat talent schande kan overleven.
De spelersclub
Tegen het einde van de jaren tachtig van de negentiende eeuw was Booth niet langer alleen maar een acteur. Hij was een instituut. In 1888 richtte hij de Players’ Club op in New York. Een privéclub voor acteurs en letterkundigen. Een toevluchtsoord voor het beroep waar hij van hield.
Hij stierf in New York City op 7 juni 1893.
Zijn nalatenschap blijft ingewikkeld. Je kunt Edwin niet van John scheiden. De bloedverwantschap valt niet te ontkennen. De misdaad is onvergetelijk. Maar Edwin Booth was niet John Wilkes Booth. Hij was iets anders. Een man die Hamlet honderd keer speelde. Een man die een club voor acteurs bouwde. Een man met een naam die nooit meer schoon te wassen was.
Of misschien, heel misschien, was zijn werk genoeg.

























