Neurowetenschappers en cognitieve wetenschappers onderzoeken een van de meest fundamentele vragen op dit gebied: hoe verwerkt het menselijk brein zo’n breed scala aan gedachten – van eenvoudige motorische acties tot complexe abstracte redeneringen? Een nieuw boek, The Neural Mind van George Lakoff en Srini Narayanan, stelt dat de sleutel in de evolutionaire geschiedenis van de hersenen ligt. De auteurs suggereren dat dezelfde neurale circuits die oorspronkelijk voor fysieke beweging zijn ontwikkeld, in de loop van de tijd een nieuwe bestemming hebben gekregen om taal en cognitie op een hoger niveau te ondersteunen.
Evolutionaire spaarzaamheid: waarom de hersenen structuren hergebruiken
Lakoff, een taalkundige gespecialiseerd in cognitieve wetenschappen, en Narayanan, een AI-onderzoeker bij Google DeepMind, beweren dat evolutie de neiging heeft om bestaande structuren te hergebruiken in plaats van geheel nieuwe uit te vinden. De vroege hersenen waren vooral gericht op motorische controle – acties zoals grijpen, reiken en bewegen. Latere ontwikkelingen zoals taal en abstract denken zouden deze bestaande neurale paden hebben benut. Dit betekent dat dezelfde hersengebieden die betrokken zijn bij fysieke beweging ook essentieel zijn voor taal en conceptueel denken.
De auteurs illustreren dit door erop te wijzen dat zelfs abstracte concepten vaak in fysieke termen worden ingekaderd. We zeggen dat we verliefd worden, dat regimes van de macht vallen, of dat ideeën vaste voet krijgen. Deze metaforen zijn niet louter taalkundige snelkoppelingen; Lakoff en Narayanan beweren dat ze de onderliggende manier weerspiegelen waarop de hersenstructuren dachten.
Van actie naar abstractie: hoe het brein de werkelijkheid in stukken hakt
Dit idee vindt weerklank als we bedenken hoe hersenen leren. Baby’s en dieren ontwikkelen een fundamenteel begrip van concepten als ‘omhoog’ en ‘omlaag’, ‘kracht’ en ‘weerstand’ – allemaal geworteld in fysieke ervaringen. Deze concepten worden vervolgens via metaforen in kaart gebracht op complexere ideeën. De hersenen breken complexe gedragingen en taal op in beheersbare brokken en weerspiegelen de manier waarop we fysiek acties uitvoeren (reiken, grijpen, drinken) of zinnen construeren (onderwerp-werkwoord-object).
Uitdagingen en toekomstig onderzoek
Het testen van deze hypothesen blijft lastig. Een volledige neuron-voor-neuron kaart van het menselijk brein zal nog tientallen jaren op zich laten wachten, wat directe validatie een uitdaging maakt. De auteurs stellen theoretische circuitmodellen voor, maar concreet bewijs vereist aanzienlijke technologische vooruitgang.
Ondanks de ambitieuze beweringen kampt The Neural Mind met aanzienlijke leesbaarheidsproblemen. Het schrijven is onsamenhangend, repetitief en verduistert vaak eerder dan verduidelijkt. Zoals recensent Michael Marshall opmerkt, is het boek ‘pijnlijk om te lezen’. De gepresenteerde kernideeën zijn echter overtuigend genoeg om, ondanks de slechte uitvoering, serieuze overweging te rechtvaardigen.
De centrale stelling van het boek – dat onze hersenen oude motorcircuits hergebruiken voor het moderne denken – is een krachtig argument voor hoe weinig we begrijpen over de ware aard van het bewustzijn. Het herinnert ons eraan dat wat abstract denken lijkt, in werkelijkheid een hoogontwikkelde vorm van belichaamde ervaring kan zijn.
