Hersencellen spelen Doom: The Dawn of Biological Computing

20

Wetenschappers verleggen de grenzen van biologie en berekeningen en creëren systemen waarin levende hersencellen en nagebootste geesten binnen digitale omgevingen opereren. Recente doorbraken tonen aan dat petrischalen van menselijke neuronen de shooter Doom uit 1993 spelen, terwijl een virtuele fruitvlieg met zijn gescande hersenen door een gesimuleerde wereld navigeert. Dit roept vragen op over het bewustzijn, de toekomst van AI en het potentieel voor biologisch computergebruik om traditionele, op silicium gebaseerde systemen te overtreffen.

De opkomst van biologische computers

Onderzoekers van Cortical Labs in Melbourne hebben bereikt wat zij ‘de eerste in code inzetbare biologische computer ter wereld’ noemen. Met behulp van ongeveer 200.000 menselijke hersencellen, geoogst uit het bloed van de CEO en geherprogrammeerd tot neuronen, hebben ze een systeem gebouwd dat Doom kan spelen. Het proces omvat het omzetten van gamegegevens in elektrische signalen die de neuronen begrijpen, waardoor ze beslissingen kunnen nemen en acties kunnen ondernemen binnen het spel.

Dit gaat niet over het creëren van bewuste entiteiten, maar over het demonstreren van het potentieel van levend weefsel als computationeel substraat. Zoals Sean Cole, de AI-ingenieur die de code heeft geschreven, uitlegt, leren de neuronen door vallen en opstaan, en vertonen ze zelfs tekenen van zelfbehoud door doelen te prioriteren.

Het experiment benadrukt een cruciale verschuiving: verder gaan dan traditionele AI-training om inherente biologische intelligentie te verkennen. Het werk van Cortical Labs bouwt voort op eerder succes bij het leren van neuronen om Pong te spelen, maar Doom vertegenwoordigt een sprong in complexiteit.

Vlieg hersens in de machine

Ondertussen heeft Eon Systems in San Francisco een andere aanpak gekozen: het scannen en emuleren van de hersenen van een fruitvlieg. De digitale vlieg kan zich nu gedragen als zijn biologische tegenhanger en door een virtuele omgeving navigeren zonder expliciete training. Dit daagt de veronderstelling uit dat intelligentie moet worden geleerd; in plaats daarvan kan een groot deel ervan voorgeprogrammeerd zijn in neurale structuren.

De gevolgen zijn aanzienlijk. Als het gedrag van een vlieg kan worden nagebootst door middel van emulatie, wordt de mogelijkheid om complexere hersenen – zelfs menselijke – te digitaliseren minder science fiction en een grotere technische uitdaging. De CEO van het bedrijf, Michael Andregg, merkt op dat het doel is om niet van elkaar te onderscheiden kunstmatige systemen te creëren, waardoor de grens tussen biologie en berekeningen vervaagt.

Waarom dit belangrijk is

Deze experimenten zijn niet alleen technologische stunts; ze wijzen op een paradigmaverschuiving in de manier waarop we intelligentie benaderen. De paradox van Moravec verklaart waarom computers uitblinken in abstract redeneren, terwijl mensen worstelen met fundamentele motorische vaardigheden. Biologische systemen, aangescherpt door miljoenen jaren evolutie, kunnen problemen oplossen die traditionele computers niet kunnen.

Biologisch computergebruik zou een revolutie teweeg kunnen brengen in vakgebieden als de geneeskunde, waardoor gepersonaliseerde medicijntests op in het laboratorium gekweekte neuronen mogelijk zouden worden. Maar de ethische implicaties zijn enorm: wat als de interfaces tussen hersenen en computers krachtig genoeg worden om herinneringen te manipuleren of de individuele autonomie te ondermijnen?

De vraag is niet of deze technologie vooruitgang zal boeken, maar hoe we ons voorbereiden op een toekomst waarin biologische en digitale intelligentie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het feit dat hersencellen kunnen leren Doom te spelen is minder beangstigend dan het besef dat de hulpmiddelen om geesten te repliceren en te manipuleren snel werkelijkheid worden.